11 Augustus 2014 kwam ik op voor de specialistenopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Vanaf november loop ik als aalmoezenier rond op Marine Kazerne Erfprins in Den Helder.

De datum van je opkomst: bij defensie weet elke militair de datum van zijn of haar opkomst, die datum heeft een bepaalde waarde, het is het beginpunt van een nieuw leven.

Op maandag 11 augustus begon ik met 20 anderen aan de korte officiersopleiding die speciaal is ingericht voor specialisten: mensen die als arts, tandarts, geestelijk verzorger e.d. in het leger aan de slag willen gaan. 10 Weken duurde onze opleiding, 10 weken bikkelen: exercitieles, lange afstanden lopen (marsen), sporten, schietles, militaire-EHBO-les, drie keer op bivak gaan en heel veel verschillende vakken gedoceerd krijgen in de collegezaal: militair recht, leiderschap, ethiek, etc.

In een korte tijd krijg je het gevoel een militair te zijn*, weet je hoe te gedragen in de militaire organisatie, word je samen een hechte groep. Slapen op kamers met zes personen, samen eten, samen sporten, samen studeren, samen afzien.

 

 

Op meerdere momenten tijdens de opleiding probeert ‘het kader’, de militairen die de leiding hebben over onze groep (ons peloton), de groep en de individuele groepsleden over grenzen te trekken. Het is een waardevolle ervaring die wij opdoen: dat wanneer je denkt ‘ik kan niet meer’, je nog een hele tijd verder kunt. En als je echt niet meer kunt, zijn er de anderen die helpen. Tijdens ons eindbivak moesten we op zondagavond met onze volle bepakking gaan lopen: helm op, zware 60 liter tas op de rug en per groep van 10 personen moesten we 2 brancards en een landmijn meenemen. We hadden nog niet gegeten. Om 18.00 uur gingen we van start met de kaart van het gebied (Zuid-Limburg) in de hand, lopend van punt naar punt. Rond 23.00 uur kregen we eindelijk te eten, we waren toen al behoorlijk kapot. Iemand in de groep raakte bewusteloos van de vermoeidheid en de honger. We hoopten op een ritje met de truck van Oud-Valkenburg terug naar ons bivakterrein net buiten de wijk Amby van Maastricht, maar nee hoor, we mochten nog terug lopen en zelfs een tijd iemand van de groep op een brancard dragen. 03.00 Uur kwamen we uitgeput en dodelijk vermoeid op het bivakterrein aan: dit zullen we niet snel vergeten …

Intussen zijn we ruim drie maanden verder en loop ik als aalmoezenier rond op Marine kazerne Erfprins in Den Helder.

Wat doe je zoal? Is een vraag die mij vaak gesteld wordt.

‘Oplopen’ (hier en daar een praatje maken), gesprekken voeren met matrozen in opleiding en andere collega’s, lessen voorbereiden en verzorgen, deelnemen aan het SMO (Sociaal Medisch Overleg), het bezinningsmoment verzorgen tijdens het introbivak en meegaan het veld in! Dat laatste is voor mij wel de kers op de taart.

Als aalmoezenier aanwezig zijn tijdens het introbivak, meegaan tijdens de grote mars of meegaan tijdens de “Volharding” (het eindbivak van de matrozen in de Eerste Militaire Vorming): voor mij is dat het bijzondere van ons werk: dáár zijn waar de militairen zijn. Als ze afzien en kapot gaan tijdens de Volharding, dan loop ik met ze mee.

Terwijl veel van mijn groepsgenoten van de specialistenopleiding hun werk nu vooral achter een bureau doen, gaan wij als geestelijk verzorgers gewoon mee het veld in, gaan wij mee aan boord, delen we echt het ‘gewone’ leven van de militairen.

Dit jaar ga ik ook varen, waarschijnlijk aan boord van het fregat Zr. Ms. De Ruyter. Het varen zal weer een nieuwe dimensie geven aan het werk als aalmoezenier.

 

 

Ook al ben ik zelf nog maar net begonnen, toch heb ik al heel wat bijzondere en waardevolle gesprekken en momenten meegemaakt. Al heel wat (jonge) militairen hebben hun levensverhaal met mij gedeeld. En ik deel mijn verhaal met hen en vertel daarbij wat geloven in God voor mij betekent.

 

Verschillende mensen hebben mij gevraagd of ik het meer ‘kerkelijke’ werk niet mis. Voor mij is dit werk echter een kwestie van roeping. Al jaren praten en dromen we er als kerkgemeenschap over, om er meer naar buiten te treden, een missionaire kerk te zijn. Ik ervaar nu concreet, dat ik die missionaire kerk ben.

 

Terugkijkend moet ik eerlijk toegeven, dat ik aan het begin van mijn pastorale werk, in 2003 als pastoraal werker in Heerhugowaard, wel eens dacht, dat ik de kerk moest redden; een beetje zoals Franciscus die eerst dacht dat hij het kerkje van San Damiano moest herstellen. Later ontdekt Franciscus, dat hij dit mag loslaten en eropuit mag trekken met de blijde boodschap. En zo is het ook met mij.

 

Diaken Frank Kamp

 

Frank Kamp werkte vanaf 2003 als pastoraal werker in de parochie van de H. Dionysius in Heerhugowaard, vanaf 2009 als diaken en vanaf 2013 als diaken in de parochies van regio De Noordkop (m.n. in ’t Zand, Anna Paulowna en Breezand).

 

* Aalmoezeniers (en dat geldt voor alle geestelijk verzorgers bij defensie) zijn geen militairen, maar ‘gemilitariseerde burgers’. Wij mogen dus ook geen wapens meer dragen na de opleiding en staan ook buiten de hiërarchische lijn van het leger. Wij zijn als geestelijke verzorging een vrijplaats voor de militairen.

Copyright © 2004-2019. OLV Praesentatie Anna Paulowna.